Gedragsregels

Om elke schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, moeten samenwerkingen zorgvuldig en transparant zijn. Hiervoor zijn landelijke regels opgesteld: de Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH) en de Code Geneesmiddelen Reclame (CGR). De gedragsregels die zijn vastgelegd in deze gedragscodes beogen om - in aanvulling op de geldende wetgeving - nader invulling te geven aan een zorgvuldige, transparante en verantwoorde omgang tussen leveranciers van medische hulpmiddelen en geneesmiddelen en de partijen die betrokken zijn bij de besluitvorming over de aanschaf en/of de toepassing daarvan, ongeacht de setting waarin zij werkzaam zijn (in dienst van een instelling, binnen een maatschap of ander samenwerkingsverband, dan wel zelfstandig). De regels zijn wederkerig: wat de ene partij niet mag aanbieden of geven, mag de andere partij ook niet vragen of accepteren.
De algemene uitgangspunten zijn: voorkoming van ongewenste beïnvloeding, gerechtvaardigde grondslag en redelijkheid, documentatie en transparantie.

Leden zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen relaties en transparantie. Check te allen tijde of je interactie voldoet aan de eisen voor transparantie! NB: Er is geen beroep mogelijk op de inhoud en volledigheid van deze pagina.

De NOV kent een aantal aanvullingen op de geldende regels:

Algemeen voor NOV-leden
  • Alle leden moeten altijd handelen in het belang van de individuele patiënt. Dit geldt ook bij het geven van advies over medische middelen. Een commercieel belang mag nooit tussen de arts en patiënt komen te staan.
  • De leden moeten aan de patiënt of zijn vertegenwoordiger melden wanneer er sprake is van een potentieel belangenconflict in relatie tot de patiëntenzorg. Deze melding dient correct en volledig te zijn, zodat de patiënt of zijn vertegenwoordiger een goede beslissing kan nemen over het behandeladvies.
  • Een lid moet aan zijn collega’s, instellingen en andere instituten waar hij/zij bij betrokken is, elk financieel belang in een medisch hulpmiddel, implantaat, geneesmiddel of een procedure melden, wanneer het lid of het instituut waar het lid mee geassocieerd is, direct of indirect een financieel of ander voordeel heeft of zal ontvangen van de uitvinder of de producent van het medisch hulpmiddel, het implantaat, het geneesmiddel of de procedure.
  • Een lid mag geen direct of indirect financieel voordeel ontvangen van de industrie voor het gebruik van een specifiek medisch hulpmiddel, implantaat of geneesmiddel, of voor het overstappen van de ene producent naar een ander.
  • De NOV onderkent dat er een commerciële relatie kan bestaan tussen een lid en de industrie, en dat een betaling of een subsidie aan het lid in bepaalde omstandigheden passend kan zijn. Zulke betalingen of subsidies moeten voldoen aan deze voorwaarden, wet- en regelgeving en de gedragscodes en indien nodig verwerkt worden in het transparantieregister.
  • Een lid dat invloed heeft op het selectieproces van medische middelen of serviceverlening voor een instelling, afdeling, vakgroep, of een lid dat zitting heeft in bijvoorbeeld een richtlijncommissie, moet voor aanvang van het selectieproces aangeven of hij/zij de laatste vijf jaar een financiële betrekking heeft gehad met commerciële bedrijven, organisaties of instellingen die in verband kunnen staan met het onderwerp van respectievelijk het selectieproces of de richtlijn.
  • Leden die deelnemen aan commissies die zich bezighouden met het opstellen van (wetenschappelijke) adviesrapporten of behandelrichtlijnen, handelen overeenkomstig de ‘Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling‘. De invloed van belangenverstrengeling wordt zoveel mogelijk beperkt (Medisch Specialistische Richtlijnen 3.0).
  • Vanaf 2013 worden de financiële banden tussen farmaceutische bedrijven, artsen en apothekers openbaar gemaakt in het Transparantieregister Zorg. Zie het betreffende artikel van de Gedragscode voor meer informatie. Zie het betreffende artikel van de Gedragscode voor meer informatie.
  • Alle assistenten orthopedie (AIOS en ANIOS), inclusief de assistenten in vooropleiding, vallen onder deze professionele standaard. Deze professionele standaard geldt tevens voor de gehele opleiding orthopedie: het onderwijs, de training en het onderzoek.
    Let op: ook als een dienstverleningsovereenkomst afgesloten is op een naam van een samenwerkingsverband/instelling kan het zijn dat het aandeel van de zorgprofessional apart in het transparantieregister verwerkt dient te worden.
    Let op: ook interacties met een leverancier via tussenkomst van een derde partij (denk aan een congresbureau) dienen vermeld te worden.
  • Andere dan de onderstaande interacties, of interacties die niet voldoen aan de voorwaarden van de Gedragscode, zijn niet toegestaan. Interacties mogen nooit worden gekoppeld aan een beslissing omtrent aanschaf, gebruik, voorschrijven en/of aanbevelen van medische hulpmiddelen, tenzij het gaat om bonussen en kortingen.

Het niet naleven van deze professionele standaard kan leiden tot royement van het desbetreffende lid (zie NOV-statuten). Daarnaast riskeert het desbetreffende lid bij overtreding van de Wet medische hulpmiddelen een straf welke kan variëren van een bestuurlijke boete, tot hechtenis. Zie de Wet medische hulpmiddelen hoofdstuk 4.

Geschenken

Per zorgprofessional geldt een maximum van drie geschenken per jaar per therapeutische klasse1, per bedrijf.

1. Dit is een aanscherping van de NOV t.o.v. de GMH en CGR.

Gastvrijheid en bijeenkomsten

Indien een spreker op een bijeenkomst banden heeft met de leverancier, zal de spreker de presentatie ter toetsing aan de NOV aanbieden.
Ondersteuning van de industrie voor bijeenkomsten van de NOV of NOV-leden zal de NOV alleen accepteren wanneer deze bedrijven zich houden aan de gedragscode van de GMH en bovendien de gedragscode van Medtech (Europa) onderschrijven.

Dienstverlening

Een lid moet bij een publicatie, presentatie of onderzoeksproject altijd in een verklaring kenbaar maken of er sprake is van een potentiële belangenverstrengeling. Voor sprekers is een disclosure slide ontwikkeld door GMH. Abstracts die voor wetenschappelijke bijeenkomsten worden ingestuurd, moeten voorzien zijn van een verklaring over de potentiële belangenverstrengeling.

Richtlijncommissie: onafhankelijkheid is beter dan deskundigheid
  • Een lid dat zitting heeft in een richtlijncommissie, moet voor aanvang van het selectieproces aangeven of hij/zij de laatste vijf jaar een financiële betrekking heeft gehad met commerciële bedrijven, organisaties of instellingen die in verband kunnen staan met het onderwerp van respectievelijk het selectieproces of de richtlijn.
  • Voor de voorzitter geldt dat er de afgelopen vijf jaar en/of gedurende de looptijd van het project geen sprake mag zijn van belangen die mogelijk kunnen interfereren met de besluitvorming in de werkgroep ten aanzien van het wetenschappelijke bewijs en de op te stellen aanbevelingen.
  • De richtlijncommissie dient zodanig te zijn samengesteld dat bij de meerderheid van de leden geen sprake is van een belangenconflict. Er kan wel sprake zijn van een ‘Nee, tenzij-constructie’ wanneer bepaalde kennis of expertise niet in de commissie aanwezig is.
  • Een lid met een persoonlijk commercieel en/of financieel belang kan niet zitting nemen in een richtlijncommissie.
  • De richtlijncommissie kan, wanneer op bepaalde onderdelen weinig of geen expertise in de commissie aanwezig is, een expert inschakelen. Deze expert kan een belangenconflict hebben, maar de expert kan evenwel niet aan de definitieve besluitvorming van de conclusies, aanbevelingen en eindtekst deelnemen.
Zorgprofessionals die deelnemen aan commissies die zich bezighouden met het opstellen van (wetenschappelijke) adviesrapporten of behandelrichtlijnen, handelen overeenkomstig de ‘Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling‘. De invloed van belangenverstrengeling wordt zoveel mogelijk beperkt (Medisch Specialistische Richtlijnen 3.0).
Fellowships
  • Fellowships van drie maanden of langer die gesuperviseerd worden door NOV-leden, moeten bij de NOV geregistreerd en geaccrediteerd zijn.
  • Fellowships die door de industrie worden ondersteund, dienen via een derde partij gefinancierd te worden om gepaste afstand tussen de fellow en de industrie te waarborgen. Een derde partij kan zijn: het opleidingsinstituut, een gezondheidszorginstelling of de beroepsvereniging.
  • Alle donaties moeten openbaar zijn.
  • Een fellowship kan nooit de naam van een medisch bedrijf of de sponsor dragen.

 

Meer informatie

Om u beter van dienst te zijn, maakt de website gebruik van cookies.