16 oktober 2026

Ruim 80% minder knie-kijkoperaties bij 50-plussers met slijtageklachten

Passende zorg begint bij wetenschappelijk bewijs en krijgt vorm in de dagelijkse praktijk. Bij 50-plussers met knieklachten door slijtage is het aantal knie-kijkoperaties met ruim 80% afgenomen. Tijdens een werkbezoek aan Gelre ziekenhuizen in Apeldoorn werd op 12 oktober 2026 getoond hoe de orthopedie samenwerkt aan het terugdringen van zorg die voor patiënten weinig meerwaarde heeft.

Orthopedisch chirurg en NOV-bestuurslid Sebastiaan van de Groes liet samen met NOV-beleidsmedewerker Myrthe van den Heuvel aan een delegatie van het ministerie VWS zien hoe de orthopedie invulling geeft aan passende zorg. Onder de aanwezigen waren minister Sophie Hermans en Barbara Goezinne, directeur-generaal Curatieve Zorg. Het bezoek werd georganiseerd door Zorgevaluatie en Gepast Gebruik (ZE&GG).

Van richtlijn naar dagelijkse praktijk
Sjoerd Repping, voorzitter van het ZE&GG-programma, benadrukte tijdens het bezoek dat het gemiddeld vijftien jaar duurt voordat een aanbeveling uit een richtlijn daadwerkelijk in de praktijk wordt toegepast. Met de Cirkel van Gepast Gebruik wil ZE&GG dit proces versnellen. Door zorg continu te agenderen, evalueren, implementeren en monitoren, wordt wetenschappelijk bewijs sneller vertaald naar betere zorg voor patiënten.

Hoe maken we het verschil?
De afname van knie-kijkoperaties laat zien wat er mogelijk is wanneer wetenschappelijk bewijs, inzicht in zorggegevens en de verantwoordelijkheid van zorgprofessionals samenkomen.
  • Wetenschappelijk bewijs als basis. Bij knieklachten door slijtage biedt een kijkoperatie doorgaans geen grotere meerwaarde dan oefentherapie. Dit is vastgelegd in de richtlijn en in een Verstandige Keuze.
  • Inzicht door spiegelinformatie. Samen met ZE&GG is vastgelegd hoe de toepassing van deze aanbeveling wordt gemeten. Vakgroepen krijgen zo inzicht in hun eigen handelen en kunnen hun resultaten vergelijken met die van andere instellingen.
  • De vakgroep aan zet. Cijfers vertellen niet het hele verhaal. Wanneer de praktijk afwijkt van de landelijke gegevens, bespreken orthopeden de uitkomsten met de NOV en beoordelen zij welke verbeteringen nodig zijn.

Een aanpak die de orthopedie al langer kent
Deze manier van werken sluit aan bij de bestaande werkwijze van de NOV. Sinds 2017 signaleert de NOV, samen met de Landelijke Registratie Orthopedische Interventies (LROI), via de Procedure Uitkomstanalyse opvallende uitkomsten van implantaten en orthopedische interventies. De betrokken vakgroep analyseert de resultaten, duidt mogelijke verklaringen en werkt waar nodig aan verbetering.

Niet de cijfers staan centraal. Het gaat om wat cijfers betekenen voor de kwaliteit en doelmatigheid van de patiëntenzorg.

De kern: passende zorg vraagt om blijvende aandacht voor wat werkt, wat beter kan en wat de patiënt daadwerkelijk verder helpt. Door wetenschappelijk bewijs te vertalen naar de praktijk en zorguitkomsten systematisch te volgen, werken orthopeden samen aan zorg die aantoonbaar waarde toevoegt voor de patiënt.

Dank aan alle betrokken vakgroepen en aan Maarten Erenstein, die namens ZE&GG nauw betrokken was bij het realiseren van deze spiegelinformatie.
Om u beter van dienst te zijn, maakt de website gebruik van cookies.