HAKA studie

Onderzoeksvraag
Patiënten met een totale heupprothese, 5 jaar na de operatie: welke frequentie is nodig voor de klinische en/of radiologische follow-up?
Samenvatting
Jaarlijks worden er ongeveer 33.000 totale heupprotheses geplaatst. De huidige richtlijn totale heupprothese adviseert routinematige follow-up door een orthopeed, bestaande uit een röntgenfoto en klinische evaluatie. Bij de herziening van de klinische richtlijn was het onmogelijk om op basis van wetenschappelijk bewijs een richtlijn te formuleren voor follow-up van totale heupprothesen na 5 jaar. Het onderzoek hiernaar is gelimiteerd qua hoeveelheid en generaliseerbaarheid. Recent onderzoek stelt ook vraagtekens bij de noodzaak van routinematige follow-up op korte termijn (1-5 jaar). Hierdoor bestaat er in Nederland een grote praktijkvariatie, terwijl de verzekeraars en het Zorginstituut vragen om een duidelijk standpunt. Dit heeft niet alleen betrekking op heupprotheses, maar ook op totale knieprotheses.

Moderne heup- en knieprotheses hebben een excellente overleving en asymptomatische problemen met protheses zijn zeldzaam. Daarom lijkt het een logische stap om over te gaan naar patiëntgestuurde follow-up waarbij de patiënt zelf een afspraak maakt indien gewenst, bijvoorbeeld bij klachten of ongerustheid. Dit kan leiden tot een forse reductie van kosten en belasting voor de patiënt en de gezondheidszorg. Routinematige follow-up kost namelijk waardevolle tijd van patiënten, radiologen en orthopeden in het ziekenhuis, en stelt patiënten bovendien (onnodig?) bloot aan röntgenstraling.
Dit onderzoek vergelijkt de (kosten)effectiviteit van routinematige follow-up met patiëntgestuurde follow-up. We verwachten dat patiëntgestuurde follow-up kosteneffectief is, zonder dat het ten koste gaat van de kwaliteit van leven en andere klinisch relevante uitkomsten. Patiënten worden op verschillende momenten na hun knie- of heupprothese (1, 5, 10 of 15 jaar na de operatie) willekeurig opgeroepen voor routinematige follow-up of patiëntgestuurde follow-up. Vervolgens worden de patiënten gedurende 5 jaar gevolgd met vragenlijsten over hun fysiek functioneren, eventuele pijnklachten, ontvangen zorg (controles, diagnostiek, verwijzingen, heroperaties) en kwaliteit van leven. Een zorgvuldige vergelijking tussen de groepen met routinematige en patiëntgestuurde follow-up zal bepalend zijn voor de richtlijnen voor nabehandeling van heup- en knieprotheses.

U vindt hier de lekensamenvatting.
Subsidie
ZonMw DoelmatigheidsOnderzoek (in aanvraag)
Onderzoeksgroep/contact
Dr. Marijn Rutgers
Dr. Ton Vervest
Prof. dr. Rudolf Poolman
Dr. ir. Jantsje Pasma
Dr. Dominique Baas
Dr. Nienke Willigenburg

U kunt voor vragen en/of opmerkingen over dit project contact opnemen met Jantsje Pasma via J.Pasma@rhoc.nl.
Om u beter van dienst te zijn, maakt de website gebruik van cookies.