Het gebruik van Metaal-op-Metaal Heupprothese: Aangescherpt advies aan de NOV leden
Preambule
Op 18 juni 2011 heeft de NOV op de website van de vereniging een concrete handreiking naar de NOV leden gepubliceerd voor het gebruik van Metaal-op-Metaal (MoM) heupprothesen. Dit advies werd opgesteld in samenspraak met de NOV Werkgroep Heup en op basis van de presentaties en voordrachten in de MoM sessie tijdens de Voorjaarsvergadering van 20 mei 2011. De NOV stelde dat er reden was voor grote voorzichtigheid en terughoudendheid bij toepassing van MoM-prothesen.
Op basis van de recente nationaal en internationaal gepubliceerde ervaringen met Metaal-op Metaal (MoM)-prothesen, waarin steeds vaker complicaties werden gemeld, meent de NOV dat aanscherping van het advies noodzakelijk is. Hoewel de ervaringen per prothese kunnen verschillen, zijn er zorgen ten aanzien van de verhoogde concentraties van metalen in het bloed en de lokale reacties op metaalpartikels in het heupgebied rond de prothese. Dit lijkt een generiek probleem voor alle MoM-prothesen met grote koppen.
Advies NOV
Het NOV bestuur adviseert de leden met betrekking tot alle MoM-heupprothesen met grote
koppen (>36 mm), inclusief de resurfacing prothesen, het volgende:
Gezien de grote onzekerheid die momenteel bestaat, meent de NOV dat uit het oogpunt van patiëntveiligheid toepassing van alle MoM-prothesen met grote koppen (>36 mm) opgeschort dient te worden totdat veiligheid en lange termijn werkzaamheid onomstotelijk is aangetoond. Het NOV bestuur adviseert vanaf heden de lange termijn resultaten zowel in binnen- als buitenland, af te wachten opdat patiënten een goed en verstandig advies over deze prothesen kan worden gegeven. Dit advies om het gebruik op te schorten geldt vanaf heden dus voor zowel de MoM-heupen met grote koppen als de resurfacing prothesen.
Er blijft uitsluitend ruimte bestaan voor de toepassing van genoemde MoM-prothesen binnen de setting van een wetenschappelijk onderzoek dat voldoet aan de criteria van good clinical practice (met informed consent van de patiënt, toestemming van de Medisch Ethische Commissie en inschrijving in het trial register).
Daarnaast dringt de NOV er bij zijn leden wederom op aan, alle patiënten bij wie in het verleden een MoM prothese is geplaatst, jaarlijks volgens een vast protocol te controleren en patiënten daarvoor op te roepen en te documenteren dat dit is gebeurd.
Patiënten die eerder een MoM-prothese kregen, dienen over de tot nog toe bekende risico's te worden geïnformeerd en vooralsnog ten minste 5 jaar te worden gecontroleerd door middel van jaarlijkse poliklinische controle met bepaling van kobaltwaarden en röntgencontrole. Bij klachten dient het onderzoek te worden uitgebreid met MARS-MRI, CT of Echo.
Ziekenhuizen dienen op hun website aan te geven of ze in het verleden de bedoelde MoM-prothesen hebben gebruikt, zodat patiënten die daarover onzekerheid voelen, dit zelf kunnen nagaan.